Kennis binnen én buiten de organisatie
augustus 27, 2010
Het intellectueel kapitaal van organisaties, te weten kennis en ideeën.
Medewerkers hebben een van de belangrijkste onderdelen van een organisatie in handen: hun kennis en ervaring. Dat vormt het intellectueel kapitaal van een organisatie. Dat staat aan de basis om antwoorden te formuleren en oplossingen te bedenken voor de dagelijkse- en niet dagelijkse vragen of problemen.
De kans is echter groot dat men tegenwoordig bij collegae of op internet of in het eigen sociale netwerk te rade gaan. Waarom het wiel uitvinden als anderen je direct de weg kunnen wijzen of het antwoord paraat hebben.
Dit is goed, want de kennis in de hoofden van medewerkers zal tot leven komen in de interactie met anderen. Elkaar vragen stellen, ervaringen uitwisselen, verhalen vertellen. In dat soort dagelijkse processen krijgt wat in de hoofden zit vaak echt meerwaarde.
Dan kan er een beter beeld ontstaan van de potentie van de organisatie. Dan kan duidelijk worden of Lew Platt het bij het rechte eind heeft en de winstgevendheid op zijn minst zou verdubbelen. Hier ligt dus een mooie uitdaging voor sociale innovatie in het verschiet.
Kennis buiten de organisatie
Waarom geen gebuik maken van “collectieve intelligentie” van Dutta & Fraser en van het “cognitieve surplus” van Sharky, van “collaborative thinking” van Leadbeater of van de “the wisdom of crowds” van Surowiecki, of van de “global resources” van Prahalad?
In voorgaande blogs heb ik al verwezen naar een aantal van deze pleitbezorgers van samen werken en kennis delen om zaken sneller en beter voor elkaar te krijgen. Mede door hun publicaties lijkt dit gedachtegoed vaste voet te krijgen in organisaties. Er komen steeds meer voorbeelden die deze vorm van sociale innovatie illustreren.

Een veel geciteerd voorbeeld is van Sharky die berekende dat er ongeveer 100.000.000 uren aan denk en schrijfwerk in Wikipedia zitten!! Probeer dat maar eens onder eigen regie te doen! Als je gebruik maakt van “het surplus” aan kennis in de samenleving, dan gaat er iets veranderen, dat is een ding dat zo langzamerhand zeker lijkt. Jeff Howe geeft hier een mooie samenvatting van het verschijnsel crowdsourcing.
Is het netwerk de oplossing voor alle vraagstukken?
Het besef dringt door dat de “buitenwereld” meer kan bijdragen dan menig een voor mogelijk hield.
Zullen/kunnen alle problemen in samenwerking met “de markt” opgelost kunnen worden? Zijn (professionele) outsiders de sleutel tot de beste en snelste oplossing? Zonder de voorstanders van een vrije markteconomie en van open innovatie te willen schofferen, is dat natuurlijk maar de vraag. Soms wel en soms niet is waarschijnlijk het “veilige” maar ook juiste antwoord. Buitenstaanders, netwerk relaties, kunnen in ieder geval inzichten of perspectieven aandragen of vragen stellen waar je zelf niet aan zou denken. Kijken door de bril van een buitenstaander kan waardevolle gezichtspunten opleveren. De interne specialist kan hier vervolgens weer op voort borduren. Er kan ook een dialoog ontstaan die uiteindelijk tot nieuwe inzichten leidt. Uiteindelijk is het de kunst ‘latente’ intelligentie van het netwerk van “buitenstaanders” op een voor beiden motiverende manier in output te vertalen.
Ik dacht recentelijk dat het IQ van een groep ongeveer equivalent zou zijn aan de helft van degene met het laagste IQ, Als je kijkt naar zaken zoals Wikipedia dan is deze zienswijze niet vol te houden. Inmiddels ben ik tot de overuiging gekomen dat met behulp van een beetje technologie en wat leiderschap dat het IQ van een groep ongeveer het dubbele kan zijn van de slimste uit de groep, aldus Andrew McAfee, Harvard Business School
Er is veel winst te behalen als men hier op een slimme manier mee om weet te gaan, als men sociaal weet te innoveren om het proces van informatieverwerking en kennisverwerving te vereenvoudigen en volledig te integreren in “het nieuwe werken”.
Ik vond deze illustraties die e.e.a. mooi in beeld brengt


Alexander Crépin





