Belangrijke kwaliteiten voor toekomstige leiders
maart 16, 2010
In mijn vorige blog over dit onderwerp ging het meer om een common sense benadering. Voor een meer wetenschappelijke benadering biedt Howard Gardner aanknopingspunten. In 5 minds for the future geeft hij een interessant beeld over eigenschappen die naar zijn idee nodig zijn om ook in de nabije toekomst te kunnen excelleren:
Cognitief
- een gedisciplineerde geest, het vermogen om te blijven werken aan je eigen ontwikkeling, beschikken over basis kennis in fundamentele disciplines om op verschillende manieren naar problemen te kunnen kijken.
- een synthetiserende geest, de vaardigheid om ideeën vanuit verschillende disciplines te integreren tot een geheel en de vaardigheid om dit te kunnen communiceren naar anderen.
- een creërende geest, het vermogen om nieuwe problemen te identificeren en vragen te verhelderen en op te lossen
Het draait hierbij zou je kunnen stellen om het al oude IQ. Dit is van groot belang met het oog op de complexiteit van het op een maatschappelijk verantwoorde wijze mondiaal zaken doen. Snelheid, dilemma’s en paradoxen moeten snel doorgrond kunnen worden. IQ alleen is echter niet voldoende. We weten allemaal dat het slimste jongetje of meisje uit de klas niet zondermeer de beste leider is.
Interactief, sociaal & authentiek
- een respectvolle geest, het bewustzijn en kunnen waarderen van verschillen tussen mensen en groepen, empathie, voordeel van de twijfel geven
- een ethische geest, het nakomen van je verantwoordelijkheden als burger en binnen het werkzame leven. Dit van binnenuit, authentiek doen.
Emotionele Intelligentie is hier het sleutelbegrip. Dit is cruciaal met oog op het toenemende belang van het op- en uitbouwen van constructieve stakeholder relaties.
Succesvol zijn in een dynamische wereld vol diversiteit
In het licht van de trends die ik signaleer, lijken deze kwaliteiten inderdaad een goede basis te kunnen bieden om als leider een succesvolle rol te vervullen. Met name daar waar ik in een eerder blog heb gewezen heb op het belang van diversiteit. De eigenschappen die Gardner noemt bieden m.i. een goede basis om op een adequate manier diversiteitvraagstukken te kunnen adresseren.
Een van de interessante vragen die dit alles oproept is wat dit gaat betekenen voor werving van leidinggevend talent, voor management development e.d. Levenslang leren, je blijven ontwikkelen is volgens Gardner in ieder geval een cruciale randvoorwaarde. Dat betekent tijd maken voor reflectie op leermomenten en om jezelf te verrijken met nieuwe inzichten. Ook dat is werken.
Oefening baart kunt, ook voor leiders!
Arthur Rubenstein zei ooit:
Als ik een dag niet oefen, dan merk ik dat
Als ik 1 week niet oefen, dan hoort het orkest het
Als ik 1 maand niet oefen hoort iedereen het!
Als je niet blijft investeren in je eigen ontwikkeling, dan zal je omgeving dat bemerken. Het is beter dat ze bemerken dat je dit wel doet!
…… Practice makes perfect! The best people in any field are those who devote the most hours to what the researchers call “deliberate practice”…. Oefening baart kunst, ook in het bedrijfsleven is de overtuiging van Geoff Colvin. Hij schreef er recentelijk een boek over en in dit interview vertelt hij over het boek.
In lijn met de conclusies van dit boek is het boek dat mondiaal veel meer aandacht heeft gekregen: Outliers van Malcolm Gladwell. Gladwell hanteert voor succes de zogeheten 10.000 uur regel. Iemand wordt een uitblinker op zijn vakgebied of binnen zijn discipline als hij 10.000 uur alleen met zijn eigen specialisme is bezig geweest. 10.000 uur komt neer op zo’n drie uur per dag of 20 uur per week oefenen gedurende 10 jaar. Op 45 jaar werken is dat helemaal niet zo’n gekke verhouding.
In een recensie van dit boek stelt Bas van de Haterd: Die 10.000 uur regel is overigens van groot belang, maar is ook arbeidsmarkt technisch niet onbelangrijk. Want als je er dus van uit gaat dat je na 10.000 uur volledig expert bent en vakvolwassen, heeft dit nogal wat implicaties voor je arbeidsmarktpositie. Bij een full time baan werk je immers ongeveer 1.800 uur (rekening houdend met ziekte en vakantie). Dan ben je dus na ongeveer 5,5 jaar helemaal uitgeleerd en vakvolwassen. Maar omdat je vaak al een aantal duizend uur er op hebt zitten in eedere banen zal dat aantal lager zijn.
Voor veel mensen is die 10.000 uur echter nog eerder daar. Immers, er zijn genoeg mensen die makkelijk 50 tot 60 uur per week draaien. Dan zit je na ongeveer 3 tot 4 jaar aan die 10.000 uur. En dat is bij veel toppers, de gedreven mensen in organisaties, doorgaans ook het moment dat men om zich heen gaat kijken. ……..
Gladwell stelt dus niet dat iedereen die 10.000 uur ergens mee bezig is meteen de wereldtop is. Er is wel zoiets als talent, maar hij stelt dat talent maar een beperkte invloed heeft op het eindresultaat. Hij stelt ook dat er zoiets bestaat als voldoende talent. Zo stelt hij dat een IQ van 120 voldoende is om goed op de universiteit te doen, de rest is hard werken. Of je nu een IQ van 120 of 190 hebt maakt dan ineens nog maar heel weinig meer uit. Die 10.000 uur regel is dus niet een regel dat je na 10.000 uur wereldtop bent in alles!!
Een derde boek dat in deze reeks te noemen is, is dat van The Talent Code van Daniel Coyle. Ook hij wijst op het belang van wat hij benoemt als “deep practice”.
Alexander Crepin






april 27, 2010 om 6:20 pm
[...] de nieuwe tijd hoort een ander leiderschap. Een aantal blogs geleden besteedde ik daar al aandacht aan. Een van de grote veranderingen die ik waarneem is de toenemende [...]